Een pitchclip - webvideo bestaat uit plaatjes met een praatje. Beeld met een verhaal. Bijvoorbeeld een korte bedrijfsfilm of fotopresentatie met begeleide tekst, ingesproken door een professionele voice-over.
Ander term voor pitchclip is webvideo of promo film. In de de webvideo of pitchclip kun je wat meer vertellen over je als: persoon, het bedrijf, welke diensten je levert en/of welke producten. Een instructiefilm kan dan ook, de mogelijkheden zijn onbeperkt en er is altijd wel wat te verzinnen om iets van nieuwswaarde op je site te zetten in de vorm van een webvideo.
Ook nieuwe ontwikkelingen binnen het bedrijf of op het gebied van je diensten kunnen hierin aan bod komen. Door deze filmpjes van tussen de 1 en 2 minuten op je eigen Youtube kanaal te zetten met de juiste trefwoorden (tags) kunnen deze goed worden gevonden. Van hieruit is het mogelijk om de filmpjes de embedden in de website.
Wat heb je eraan?
Door gebruik te maken van webvideo's met de juiste trefwoorden, bied je originele content. Daar houdt Google van, zodoende komt je website hoger in het zoekresultaat. De vindbaarheid van je bedrijf wordt dus beter en uiteindelijk de bekendheid. Dat is waar het omgaat.
Wat komt er voor een pitchclip of webvideo allemaal kijken
Storyboard, pan, tilt, rijder, motion graphic, nabewerking …
De meeste vakgebieden hebben hun eigen vakjargon. Vakjargon maakt het communiceren tussen vakidioten een heel stuk efficiënter. Er zit echter één maar aan: niet iedereen spreekt jouw jargon of het mijne. Ook filmmakers hebben in de loop van iets meer dan een eeuw een eigen dialect ontwikkeld. Tijdens gesprekken met een opdrachtgever kan het gebeuren dat de vaktermen meer vraagtekens oproepen dan dat ze iets duidelijk maken.
Voor al die opdrachtgevers, die graag een boeiende en mooie film willen laten maken, maar de draad kwijtraken tijdens een bespreking als de eerste plannen besproken worden: hier is een kleine woordenlijst, die de communicatie hopelijk een heel stuk vergemakkelijkt.
Concept:
Een concept is eigenlijk het uitgangspunt voor een film/foto/schilderij. Het zegt wat je wilt vertellen en hoe.
Bijvoorbeeld: We laten zien wat het voordeel van product X is, door het gebruik in allerdaagse situaties te laten zien. En door enthousiaste gebruikers aan het woord te laten.
Scenario:
Het scenario is het uitgeschreven verhaal in beeld en tekst. Vaak wordt er een concept als uitgangspunt gebruikt om het scenario te schrijven. In het scenario staat dus wat we zien en horen. Bijvoorbeeld:
Buiten:
Het kantoorpand. Close up van het logo en/of bedrijfswagen.
Eigenaar:
“Ik ben de eigenaar, directeur bij 'rvs products' en wij maken kwaliteitsproducten waardoor je kwalitatief goed door het leven kan.”
Hij heeft kwaliteitsprosucten X en Y in zijn handen en laat ze zien.
Binnen:
Overzicht van het kantoor of productieruimte. Iedereen is druk aan het werk. Een telefoon gaat en machines staan aan.
Shotlist:
De shotlist is in een lijstje met shots die gedraaid moeten worden. Meestal wordt een shotlist aan de hand van een scenario bepaald. Een shotlist kan er zo uitzien:
Totaal exterieur kantoorpand/bedrijfspand
Close-up logo zoom uit naar totaal met Jan in beeld
Totaal overzicht kantoor.
Mediumshots van het team
Close ups van het team
Detailshots van muis, toetsenbord, koffiemok en telefoon
Een bedrijfsauto rijdt over straat.
Storyboard:
Een storyboard is een visuele weergave van het scenario. Eigenlijk is het de film in stripvorm, waarbij elke tekening een ander shot voorstelt. Soms is een shotlist niet genoeg om goed te communiceren wat het plan is voor de opnames. Zeker als de visuele stijl heel bepalend is, of als de scenes zorgvuldig gepland moeten worden (zoals bij speelfilms) zijn storyboards een belangrijk gereedschap in het proces van het filmmaken.Moodboard:
Een moodboard laat de sfeer zien die het uit zou moeten stralen. Vaak worden voorbeeld afbeeldingen verzameld die de gewenste sfeer of het gevoel uitstralen. Een kleurenpalet wordt er ook vaak aan toegevoegd.
Draaidag:
Dit is de term voor een dag waarop filmopnames plaatsvinden. Een filmdag. Het draaien verwijst naar de eerste filmcamera’s, waar de cameraman (m/v) zelf een aan een slinger moest draaien om de film door het toestel te transporteren. Tijdens een potje ‘Hints’ wordt een film vaak nog altijd op deze manier verbeeld: 1 hand vormt de lens waardoor gekeken wordt, de andere hand maakt draaiende bewegingen.
Pre-productie:
Dit is het proces voordat de opnames beginnen: de planning, het ontwikkelen van een concept, het schrijven van een scenario, maar bepalen wat er nodig is aan aparatuur, lokaties en personeel voor de opnames.
Nabewerking / post-productie:
Zoals het Latijnse woord ‘post‘ al zegt: dit is het laatste deel van proces. De opnames zijn voorbij en nu wordt alles (film, foto's en huisstijl) in de juiste volgorde samengevoegd in de montage. Eventueel wordt er muziek of een voice-over aan toegevoegd. Het geluid wordt gemixt, zodat alles verstaanbaar is en het juiste volume heeft. Ook wordt er nog wat kleurcorrectie uitgevoerd.
Voice-over:
Een vertellende stem van een onzichtbare verteller, zoals we die bijvoorbeeld horen in documentaires. Soms is in een ander deel van een film de spreker wel te zien en wordt zijn of haar verhaal in de rest van de film met beeld ondersteund. In veel gevallen wordt een voice-over ingesproken door professionele stemacteurs. Maar soms betreft het de stem van een geïnterviewd persoon. Bij journaals verzorgen nieuwslezers vaak live de tekst bij het beeld als er niets door de journalisten zelf is ingesproken.
